Wat je niet kunt controleren

What’s in a name? Creatieve Hulpeloosheid of Hopeloosheid?

Soms hoor ik mensen, die net iets over ACT leren, of er al langer mee bezig zijn, spreken over Creatieve Hulpeloosheid. Ze bedoelen daarmee het proces van onderzoeken hoe controlestrategieën op de korte en lange termijn werken. Door dit proces kan iemand tot het inzicht komen dat controlestrategieën op de lange termijn niet of zelfs averechts kunnen werken. Dit kan helpen om te stoppen met onwerkzaam gedrag. Dat opent de weg naar nieuw, meer werkzaam gedrag.

Dit proces heet ‘Creatieve Hopeloosheid’. Het lijkt maar een klein verschil: hulpeloos of hopeloos. Maar als we er wat induiken, blijkt de betekenis van beiden behoorlijk te verschillen.

Hopeloosheid betekent een gebrek aan hoop. Wat we in de therapie willen bereiken is het opgeven van de hoop dat de strategieën gaan werken. De strategieën gaan namelijk niet opleveren dat iemand vrij van lastige emoties wordt of het punt bereikt om zelf te kunnen bepalen hoeveel emotie hij of zij ervaart. En dat geldt niet alleen voor emoties, maar ook voor de andere innerlijke ervaringen. Belangrijke kanttekening hierbij is, dat de persoon om wie het gaat, niet hopeloos is. De therapie is niet hopeloos en het leven evenmin (Hayes, Strosahl en Wilson, 2012). Het loslaten van de hoop dat de strategieën gaan werken, opent de deur naar nieuwe vormen van gedrag.  Waardegericht gedrag. Vandaar: Creatieve Hopeloosheid: ruimte voor iets nieuws.

Hulpeloosheid betekent dat iemand zichzelf niet kan helpen. Maar dat is niet de boodschap die we in ACT willen uitdragen. Integendeel. Iedereen beschikt over ervaringswijsheid. ACT helpt mensen om daar toegang toe te krijgen zodat mensen weer in staat zijn om zichzelf te helpen. Bovendien ontstaat een taalkundig gedrocht als je wilt uitdragen dat de strategieën hulpeloos zijn. En hoe zit het met deze boodschap: “we dragen uit, dat de persoon om wie het gaat, niet hulpeloos is. De therapie is niet hulpeloos en het leven evenmin”. Ook dat werkt taalkundig niet. Het gebruik van het woord ‘hulpeloos’ maakt belangrijke nuanceringen onzichtbaar.

We zullen de term ‘Creatieve Hopeloosheid’ lang niet altijd gebruiken in het gesprek met iemand die hulp zoekt. Maar we spreken er in elk geval wel over met onszelf. Of in trainingen met cursisten. Zorgvuldig formuleren maakt de boodschap die je wilt uitdragen, krachtiger. Dus: Creatieve Hopeloosheid!

Hayes, S. C., Strosahl, K.D. & Wilson, K.G.  (2012). Acceptance en Commitment Therapie. Veranderingen door mindfulness, het proces en de praktijk. Amsterdam: Pearson.